Australian Shepherd
De Australian Shepherd is een herdershond die zijn oorsprong vindt in de Verenigde Staten. Ondanks wat de naam doet vermoeden, komt het ras dus niet uit Australië. De oorsprong van de Aussie ligt in Noord-Amerika, waar fokkers Europese en Australische honden kruisten die werden gebruikt voor het drijven van Spaanse Merinoschapen. Deze schapen werden eerst naar Australië en later naar de Verenigde Staten geëxporteerd, vaak vergezeld door de honden die de kuddes begeleidden. De naam “Australian Shepherd” verwijst dan ook naar de honden die in Australië met deze schapen werkten.
In Amerika werd de Aussie al snel ingezet als veelzijdige werkhond op ranches. Daarnaast verwierven ze grote bekendheid door hun spectaculaire optredens tijdens westernshows. De hardnekkige opvatting dat de Australian Shepherd, net als de Australian Cattle Dog, zou zijn ontstaan uit kruisingen met de dingo is echter onjuist.
Uiterlijk
De Australian Shepherd is een middelgrote, atletische hond met een alerte en levendige uitstraling. Hij beweegt soepel en is zeer wendbaar. De vacht bestaat uit een dikke ondervacht met daarboven halflang, steil tot licht golvend haar.
Bij dit ras komt de natuurlijke kortstaart (natural bobtail) voor. Deze honden hebben een staart die korter is dan de volledige staart die normaal tot aan de hak reikt. De vachtkleuren variëren van blue merle en red merle tot effen zwart of leverkleurig, vaak met koperkleurige en/of witte aftekeningen.
De ogen zijn middelgroot en amandelvormig. De oogkleur varieert van blauw tot bruin en amberkleurig; combinaties van kleuren, vlekjes en marmering komen regelmatig voor. De schofthoogte van een teef ligt tussen de 45 en 52 cm, die van een reu tussen de 52 en 58 cm. Het gewicht varieert doorgaans van 20 tot 30 kg.

Energie en karakter
De Australian Shepherd is gebouwd om de hele dag in beweging te zijn. Hij is atletisch, actief en beschikt over een enorme werklust en een groot uithoudingsvermogen. Dat is ook logisch, want oorspronkelijk liep hij hele dagen mee met de rancher. Een Aussie heeft dan ook beslist een uitlaatklep nodig om zijn energie kwijt te kunnen. Hij is zeer geschikt voor mensen die van lange wandelingen houden, maar ook voor activiteiten naast het paard of de fiets.
Wanneer een Australian Shepherd zijn energie niet kwijt kan, kunnen er problemen ontstaan. Hij kan nerveus gedrag gaan vertonen, onrustig worden en overal op reageren. In ernstige gevallen kan dit zelfs leiden tot stereotyp gedrag, zoals het tot bloedens toe aanvreten van de eigen poten. Dagelijks vrij kunnen rennen, zwemmen, snuffelen en spelen met zijn eigenaar is daarom essentieel.
De Aussie is bovendien een zeer intuïtieve hond. Hij is gefokt om zelfstandig beslissingen te nemen wanneer de baas daar niet toe in staat is. Hij is intelligent, oplettend en goed trainbaar, maar deze eigenschappen kunnen ook een keerzijde hebben. Een Australian Shepherd ziet alles en kan in bepaalde situaties zeer reactief zijn. Door zijn zelfstandigheid kan hij ook eigenzinnig gedrag vertonen en besluiten dat hij zijn baas niet nodig heeft.
Een complex ras
De Australian Shepherd wordt niet voor niets gezien als een van de meest gecompliceerde hondenrassen. Dit heeft te maken met zijn achtergrond en veelzijdige inzet. In Amerika werd de Aussie gebruikt om grote kuddes vee te drijven, waarbij hij zelfstandig moest kunnen werken en keuzes moest maken, keuzes die niet altijd overeenkomen met wat wij als eigenaar zouden willen.
Daarom zijn consequent zijn, duidelijke grenzen stellen en heldere communicatie van groot belang. Ook een passende training, afgestemd op het ras, is onmisbaar.
De Australian Shepherd behoort tot rasgroep 1: de herders- en veedrijvershonden. Binnen deze groep vallen verschillende typen honden, zoals de Border Collie (drijvers), de Australian Cattle Dog en Corgi’s (heelers) en de Duitse Herder (bewakers).
Wat de Aussie extra uitdagend maakt, is dat hij is gefokt voor alle drie deze taken: drijven, heelen én bewaken. Deze eigenschappen zijn vaak terug te zien in het gedrag:
- Drijven uit zich bijvoorbeeld in het najagen van bewegende objecten of dieren.
- Heelen zie je terug in het bijten in hielen of enkels.
- Bewaken kan zich uiten in reageren op de deurbel of op mensen die langs het huis lopen.
Mogelijke probleemgedragingen
Naast bovengenoemde ras-eigen kenmerken kunnen er ook andere probleemgedragingen ontstaan, zoals:
- Resource guarding: het verdedigen van bronnen zoals speeltjes, voerbak, kauwmateriaal, de eigenaar, de bank, het bed of de auto. Dit kan zich uiten in grommen, uitvallen en bijten.
- Prikkelgevoeligheid, bijvoorbeeld voor geluiden. Zonder goede begeleiding kan dit doorslaan in angst en spanning.
De Australian Shepherd is bovendien laat volwassen. Reuen zijn gemiddeld pas rond de vier à vijf jaar volledig volwassen, teven iets eerder. De puberteit vormt vaak een flinke uitdaging: gedrag kan versterken en hormonen kunnen flink opspelen. Veel gedragsproblemen ontstaan in deze fase. Het is daarom extra belangrijk om juist dan te blijven trainen, bij voorkeur met een hondenschool of trainer die het ras goed begrijpt.
Castratie is lang niet altijd de oplossing en kan het gedrag zelfs verergeren. Voorzichtigheid is hierbij dus geboden.
Intelligentie: een zegen én een valkuil
Vaak wordt gezegd: “Wat fijn dat Aussies zo intelligent zijn.” Dat klopt, maar intelligentie heeft ook een keerzijde. Een Aussie leert niet alleen snel wat wij hem aanleren, maar ook net zo snel gedrag dat wij liever niet zien.
Door hun intelligentie hebben Australian Shepherds veel stimulans nodig, zowel fysiek als mentaal. Een veelgemaakte fout is om uitsluitend te focussen op beweging. Urenlang wandelen, rennen en drukke spelletjes doen is niet nodig en zelfs onwenselijk. Als je je hond opvoedt met veel fysieke activiteit, zal hij hier steeds meer om vragen.
Minstens zo belangrijk is dat een Aussie leert om te rusten. Niet altijd “aan” staan, maar ook echt kunnen ontspannen. Maak gebruik van zijn intelligentie door mentale uitdagingen aan te bieden: trucjes leren, trainingen op de hondenschool, zoekspelletjes en geschikt kauwmateriaal. Zonder mentale uitdaging kan verveling ontstaan, met ongewenst gedrag zoals slopen, blaffen en constant aandacht vragen tot gevolg.
Verveling is een van de grootste valkuilen bij dit ras. Zorg daarom voor voldoende beweging, maar ook voor mentale bezigheid én voldoende rustmomenten.
Gereserveerd karakter
Volgens de rasstandaard wordt de Australian Shepherd omschreven als een hond met een overwegend gereserveerd karakter. Dit betekent dat hij vooral gericht is op zijn eigen baas en kennissenkring, en minder op vreemden. Hoe sterk dit aanwezig is, verschilt per hond.
Alles wat hierboven beschreven is, hoort bij normaal Aussie-gedrag. We kunnen een hond niet kwalijk nemen dat hij eigenschappen laat zien waarvoor hij is gefokt. Het is onze verantwoordelijkheid als eigenaar om ons goed in te lezen in het ras voordat we een Aussie aanschaffen, en om de juiste begeleiding en training te bieden. Met de juiste handvatten kan veel ongewenst gedrag worden voorkomen, maar dan moet je daar wel meteen mee beginnen. Wie een Australian Shepherd aanschaft, moet bereid zijn om die verantwoordelijkheid voor de komende 15 jaar te dragen.
Grenzen
Grenzen stellen is een onderwerp waar de meningen over verschillen. Sommige trainers vinden het essentieel, anderen zien het als “niet lief”. Maar bij een Australian Shepherd zijn duidelijke grenzen onmisbaar. Hondenscholen die uitsluitend werken met positief trainen en waar nooit grenzen mogen worden aangegeven, zijn voor dit ras vaak geen goede keuze. Een Aussie heeft duidelijkheid nodig; zonder grenzen ontstaat juist onrust en ruimte voor gedragsproblemen.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat er geslagen, geschopt of met dwangmiddelen gewerkt moet worden. Grenzen aangeven kan prima met duidelijke signalen, woorden en consequente gevolgen. Juist door helder te zijn, creëer je rust en veiligheid voor je hond. Een grenzeloze Aussie raakt vaak juist gespannen en onzeker, en niet elk probleemgedrag is met afleiding of lieve woordjes op te lossen.
Rust: het sleutelwoord
Rust is misschien wel het belangrijkste ingrediënt voor een gelukkige Australian Shepherd. Veel honden krijgen simpelweg te weinig rust. Sommige Aussies kunnen zelf goed ontspannen, anderen moeten een duidelijke aan- en uitknop leren, iets wat met de juiste training prima mogelijk is.
Vrijwel elke activiteit, behalve slapen, rustig liggen, snuffelen en kauwen, levert adrenaline op. Het duurt gemiddeld twee dagen voordat één adrenalinepiek volledig is verwerkt. Bij een overvolle agenda stapelt deze adrenaline zich op, wat leidt tot een steeds drukkere hond. Dit fenomeen staat bekend als trigger stacking.
Een drukke pup die wild gaat bijten of overprikkeld raakt, heeft meestal geen extra activiteit nodig, maar juist rust. Nog een lange wandeling of fanatiek balspel is dan juist fout. Rustige wandelingen waarbij de hond veel mag snuffelen zijn wél helpend. Balspelletjes zijn bovendien zeer adrenalinerijk en kunnen bij Aussies snel uitmonden in obsessief gedrag. Met pups zijn ze bovendien belastend voor de gewrichten.
Plan daarom rondom drukke dagen, zoals bezoek, evenementen of wedstrijden, extra rustmomenten in. Voldoende rust zorgt voor een hond die beter kan schakelen tussen actie en ontspanning, sneller herstelt van prikkels en minder snel over zijn grens gaat.
Rust loont. Op de lange termijn pluk je daar als eigenaar én als hond de vruchten van.


